1994 - OMTRENT DE PERIODE VAN HET ALBUM MIRWART
KNACK WEEKEND, DE MORGEN, DE STANDAARD, HET VRIJE WAASLAND, DE VOLKSKRANT, ....

“DE MORGEN”, Bart Steenhaut, 30 juli 1994

“Het verschil tussen een op marketingtafels ontworpen sterretje en een échte artiest werd gauw duidelijk toen even later Kris de Bruyne met zijn Band op het podium verscheen. Deze man die wel eens de Belgische Bob Dylan wordt genoemd, had een handvol competente muzikanten meegebracht. De klemtoon werd gelegd op het potiger werk uit De Bruyne’s recentste cd’s. …
Mooi, ontroerend én authentiek”.

“DE STANDAARD”, VPB, 19 april 1994

“De blues van Kris de Bruyne beleven na vele jaren weer het deugddoende gevoel dat ze welkom zijn in Vlaanderen. Zijn cd ‘Keet in de Lobby’ herstelde vorig jaar meteen een oude band, ‘Wedersamengesteld’ haalde het beste van vroeger van onder het stof, en nu prijkt zijn nieuwe cd “Mirwart” trots in de etalages. De kleur is donkerbruin, het alibi heet de terugkeer naar de seventies-klank en de twaalf eigen songs doen geen moeite om hun roots te verbergen.
De cd werd live opgenomen in een paar weken door een zeskoppige band die ruig en warm musiceert, en er duidelijk vanuit gaat dat goede rockmuziek ergens in de onderbuik ontstaat”.

Interview in “KNACK WEEKEND”, Pascal Seynaeve, 27 juli 2000.

Vraag:
“Hou je nog wel zoveel van Brussel?
Op de laatste cd “Mirwart” zing je in de laatste strofe van “Brussels Incident”:
Oh, mama, take me home,
I’m all alone,
Please, hear my plea
Avant qu’on me casse la gueule.
Louise, je me sens tout seul.

Antwoord :
“Dat is een nummer dat ik ’s nachts onderweg naar de studio heb geschreven. Ik speel graag met met verschillende talen door mekaar. Arno heeft dat dus niet uitgevonden”.

“HET VRIJE WAASLAND”, EA, 15 april 1994

“Toen ik deze week op Radio 1 het nummer “Voor je gaat moet je eerst leren hoe je komt” van Kris de Bruyne hoorde, ontdekte ik pas welk pareltje mijn oor streelde. Bij beluistering van de nieuwe cd “Mirwart” valt dat niet zozeer op omdat het daar omringd wordt door soortgelijk muzikaal genot. De opvolger van “Keet in de Lobby” lost alle verwachtingen in”.

“KNACK WEEKEND”, Jacky Huys, 11 mei 1994

“Kris de Bruyne zit met zijn rug tegen de spiegel in het Gents etablissement waar de prostituees op adem komen en de biljartballen discreet rollen. Hij is nerveus, nog altijd na die vijfentwintig jaar dat hij in de Vlaamse muziekwereld meespeelt. Draait constant sigaretten, aait geregeld door zijn krulhaar, heeft een oorringetje in.
Na jaren relatieve stilte hij vorig jaar opnieuw opgedoken met “Keet in de Lobby” en de dubbele verzamelaar “Wedersamengesteld”.
Dit jaar is hij op de ingeslagen weg verder gestapt met “Mirwart”, een werkstuk waarop De Bruyne even vitaal klinkt als in de jaren zaliger en dat heeft minder met de harde rockgitaren te maken dan met de vlam binnenin. Anderen van zijn generatie slapen, zijn dood, zitten naast het zwembad of op een mansarde.
Hij doet nog altijd mee”.

“DE MORGEN”, Bart Steenhaut, 30 juli 1994

“Het verschil tussen een op marketingtafels ontworpen sterretje en een échte artiest werd gauw duidelijk toen even later Kris de Bruyne met zijn Band op het podium verscheen. Deze man die wel eens de Belgische Bob Dylan wordt genoemd, had een handvol competente muzikanten meegebracht. De klemtoon werd gelegd op het potiger werk uit De Bruyne’s recentste cd’s. …
Mooi, ontroerend én authentiek”.

“DE MORGEN”, 2 november 1994

“Vanaf nu is het alweer wat gemakkelijker te oordelen over wat een goede en een slechte songtekst is. “Sire, Dit is Rock ’n Roll” somt in een boek uitgegeven bij Dedalus, de 100 beste Belgische songteksten op en werd samengesteld door routiniers Kris de Bruyne en Stijn Meuris”.

“DE VOLKSKRANT”, PvdH, 27 november 1994

“ … ook is het moeilijk voor te stellen dar er voor 1962 (“Le Plat Pays” van Brel is de oudste tekst in het boek) niks van niveau te vinden is geweest.
Naast dit gepast gezeur moet worden gezegd dat De Bruyne en Meuris een plezierige bundel hebben samengesteld, waaruit ten overvloede blijkt dat er meer uit het Zuiden te halen valt dan Brel”.

[TERUG]