1995 - OMTRENT DE PERIODE VAN HET ALBUM VAN MIJLENVER OVER DE GRENS
STAGE, BRABANTS NIEUWSBLAD, DE GENTENAAR, HET NIEUWSBLAD, DE MORGEN, ....

“DE MORGEN”, Bart Steenhaut, 24 april 1995

“Kris de Bruyne : koude rillingen. …
Neen, dan liever de Kris de Bruyne Band”, die met gesmeerde versies van “Das Leben ist so Shön” en zijn lijflied “Waar ik voor Leef” de andere heren van het deelnemersveld tot bescheidenheid dwong.
Toen hij daarenboven nog het onweerstaanbare “Amsterdam” uit zijn omvangrijke archief opdiepte, maakten de koude rillingen even een ommetje tot aan de laatste rijen van het Sportpaleis”.

“HET NIEUWSBLAD / DE GENTENAAR”, Jan De Vos, 2 november 1996

“Op zijn recent verschenen cd “Van Mijlenver over de Grens” grijpt Kris de Bruyne nadrukkelijk terug naar het muzikale recept waarmee hij omstreeks 1970 zijn eerste successen boekte : intimistische, akoestisch getinte liedjes met teksten over de mooie en minder mooie dingen des levens. De Bruyne in volle glorie dus. …
Peeters en Mancini tekenden voor de opmerkelijke productie : de elektrische gitaren die op “Keet in de Lobby” en “Mirwart” zo prominent aanwezig waren, bleven grotendeels in de kast”.

“BRABANTS NIEUWSBLAD”, Ben van den Aarsen, 21 november 1996

“Sinds de sessie met Thé Lau voor de cd “Keet in de Lobby” verscheen er zo wat elk jaar een nieuw album van Kris de Bruyne. Met het in september verschenen “Van Mijlenver over de Grens” als voorlopig hoogtepunt. …
Of zoals hij zelf zingt in “Speel met Mij” : “Het is bijna middernacht / De wolven in het bos / Huilen met de sikkelmaan / Het beest in mij komt los” … De Bruyne is in zijn teksten immer op zoek naar die verborgen lagen in de man, de verstopte emotie. Schrijven doet hij intuïtief, vanuit de melodie. Met een dierlijk instinct bijna. Waarbij autobiografie en fictie in elkaar overlopen”.

“STAGE”, DH., 15 december 1996

"Met een verbetenheid die aan bloedhonden doet denken bijt hij zich vast in zijn carrière en overleeft moeiteloos ups en downs. Net op het moment dat je denkt dat De Bruyne ergens in een of andere goot ligt te creperen, komt hij naar buiten met weer een parel van een cd".

[TERUG]