2008 - EEN ZEER SCHOON & MOOI & ONVERBLOEMD INTERVIEW Uit ACCENTEN - Tijdschrift Culturele Centra
ACCENTEN, Tijdschrift Culturele Centra. September, Oktober en November 2008

Tekst : Pat Vanderhaeghe
Foto : Paul De Malsche


Kris de Bruyne viert zijn veertig jaar op de planken met een uitgebreide tournee. Voor die gelegenheid blikt hij nog eens terug en zingt de onvermijdelijke pareltjes van toen. Wellicht blijft er ook nog wat tijd over voor recenter werk, want dat is sterker dan ooit. Dat bewees hij in elk geval met zijn uitgepuurde ‘Westende Songs’. Wat drijft een singer-songwriter van eind de vijftig om vandaag nog steeds met zijn liedjes langs Vlaanderen te zwerven? We vroegen het hem zelf.

Tien jaar geleden toerde u met ‘30 Jaar zwervend bestaan’. Is dat nu enkel dertig plus tien geworden of is er die laatste tien jaar toch wel wat veranderd?

Kris de Bruyne: Wel, ik was drie jaar voor ’30 Jaar’ voor het eerst vader geworden en ondertussen is er naast die zoon (Klaas) ook nog een dochter (Hanna) die nu negen is en daardoor zijn die laatste tien jaar toch wel anders. Gezinsmatig uiteraard, maar ook qua levensstijl. Als ik na een optreden om half drie thuis gekomen ben, gaat ’s morgens vroeg toch die wekker. Nu, zonder sentimenteel te doen, die kinderen maakten of maken dat alles ineens meer betekenis kreeg. Ik was vroeger zomaar wat bezig, vond ik. Ik tuimelde wat van het ene in het andere. Zonder geringschattend te doen over mijn repertoire van toen, door die geboorten kreeg alles veel meer diepgang, meer betekenis; het leven op zich, geluk, eenvoudige verlangens. Toen ik twintig was, lag de lat bijzonder hoog. Dan denk je dat de wereld van u is. En dat moet ook op die leeftijd. Maar door die kinderen is er een keerpunt gekomen. Die laatste veertien jaar is alles in zijn plooien beginnen vallen. Dat is nu ‘waar ik voor leef’, om met een songtitel te spreken.

Toch had het leven je vroeger al flink door elkaar geschud? Je verloor kort na elkaar twee broers en dat zet wellicht ook aan tot nadenken?

Kris de Bruyne: De dood van mijn broers heeft me inderdaad erg aangegrepen. Dat waren voor mij twee iconen, de ene kunstschilder en de andere een muzikant-producer. Eerst had ik echter nog mijn vader verloren en nu een paar jaar geleden mijn jongste broer. Dat was niet gemakkelijk. Maar veel moeilijker moet dat nog voor mijn moeder zijn. Die is een paar dagen geleden 95 geworden. Ze kijkt nog naar het tennis en leest de boeken die ik lees. Een sterke vrouw. Ik heb periodes gekend dat ik bijlange zo sterk niet was…

Is er in die periode van veertig jaar iets als ‘de beste jaren’, moeten die nog komen of zijn ze misschien nu net bezig?

Kris de Bruyne: Tja, elke kunstenaar vindt dat, he? Dat die nog moeten komen. Nu, ik kijk in feite heel weinig terug. Ik moet wel af en toe, zoals nu voor die tournee en dat is niet altijd zo plezierig. Je neemt in de loop van de jaren songs op, die je nu anders zou doen of waarbij je andere keuzes zou maken. Toen vond je dàt de beste, maar dat blijft niet zo. Laat ons maar zeggen dat ik op dat alles mild neerkijk. Ik vind dat de albums vanaf het ogenblik dat Thé Lau als producer én als mens in mijn leven kwam, ik eindelijk begon te begrijpen hoe ik de dingen moest zeggen of formuleren. Vanaf toen is er een soort van volwassenheid in gekomen en ben ik anders gaan schrijven.

Ik heb daarnet nog geluisterd naar uw laatste cd, ‘Westende Songs’. Ik hoor daar meer een ‘parabelverteller’, iemand die verhalen vertelt, die er toe doen…

Diep gemotiveerd

Kris de Bruyne: Ikzelf, en nog een paar anderen trouwens, vinden dat het beste wat ik tot nu toe gemaakt heb. Vroeger zou ik er nooit toe gekomen zijn om naakt met die akoestische gitaar de studio in te gaan. Dat durfde ik niet! Nu is dat ‘pure’ ook wel veel moeilijker. Ik doe regelmatig van die optredens – oefeningen noemen we dat - met enkele vrienden - muzikanten in cafés of clubjes. Zo alleen met gitaar en stem, knie aan knie met het publiek, is veel moeilijker dan met toeters en bellen in het Sportpaleis gaan staan. Daar kan je van alles verbergen achter de show. Nu, ik zeg niet dat dat gemakkelijk is, maar de confrontatie met het naakte liedje in zo’n kleine club, oog in oog met je publiek!... Dan zou je al mogen willen, maar daar kan je niet liegen. Elke artiest zou moeten verplicht worden om een twintigtal van die café - optredens te doen. Om nederig met je voeten op de grond te komen. Om zo eens afstand te nemen, zoals een schilder van zijn schilderij en eens te kijken waarmee je bezig bent. En of het wel goed is... Muziek moet oprecht zijn. Dat is voor mij wat telt: muziek moet oprecht zijn en van vanbinnen komen.

Eerlijkheid staat blijkbaar hoog in je blazoen. Is dat één van de redenen waarom je moeilijk en wispelturig genoemd wordt? Een man die kleinkunst, rock, pop, chanson aan elkaar rijgt, wars van modes en trends en alleen maar zijn eigen weg volgt?

Kris de Bruyne: Ja, eerlijkheid… dat heeft het ook niet altijd gemakkelijk gemaakt voor mij. Ik doe wat het moment aanbrengt en hoe ik vind dat ik moet klinken. Maar ik mag niet klagen; ik heb altijd platen mogen maken onder mijn voorwaarden. Kijk, ik vind niet dat omdat je platen maakt, dat je bekend moet zijn of succes moet hebben. Of iets commercieel succes heeft of niet, zegt niets over een goed of een slecht product. Ik weet dat ik bij sommigen mensen de indruk gewekt heb dat ik tegenspartel of wispelturig ben. Ik denk integendeel dat ik altijd diep gemotiveerd ben en gefundeerd in mijn keuzes. Carrièrematig was dat wellicht fout; maar dat kan mij niet schelen. Ik vind het publiek of het succes niet het belangrijkste. Het is natuurlijk wel aangenaam, zeker na 40 jaar, dat men mij op dit ogenblik al aan het boeken is tot in 2011. Dat is een heel comfortabele situatie voor een niet commerciële zanger, voor een Nederlandstalige a-commerciële zanger. Dat wijst op een trouw en vast publiek. Ik zie zelfs ouders die nu hun volwassen kinderen meebrengen. Die ouders komen dan voor ‘Amsterdam’ en die kinderen houden meer van ‘Waar ik voor leef’ of ‘Keet in de lobby’ en dat valt dan samen in de zalen. Ik heb altijd eerlijk gedaan wat ik deed en of dat nu een commercieel succes was of niet, zegt niet of dat goed was of slecht. Ik wil in elk geval geen twee keer verliezen: toegevingen doen en dan ook nog eens commercieel floppen.

Dat ‘commercieel succes’ is wellicht relatief voor een ‘sterke’ generatie als de jouwe: Verminnen, Van het Groenewoud, Van Uytsel, Jan De Wilde…

Kris de Bruyne: Ja en dat op zich zegt wel iets. Als er in die veertig jaar iets veranderde dan is het wel dat. Vroeger brachten de platenfirma’s je plaat uit omdat ze ontroerd waren door je werk en omdat ze van je muziek hielden. Nu gaat het in de eerste plaats om een marketingplan. Eerst naar de foto kijken van het meisje en dan naar het liedje luisteren. Ik stel het misschien wat scherp, maar het gaat toch eerst om de financiële return. In onze tijd was er geld genoeg. Als er eens een plaat flopte, maakte je dat de volgende keer wel weer goed. Dat neemt niet weg dat er ook jonge gasten zijn die toch wel over talent beschikken! Maar het moet allemaal sneller gaan nu. Ik ben echter slecht geplaatst om die jonge mensen van advies te dienen. Ik kan maar één ding zeggen: volg uw hart. Altijd uw hart volgen! Niet dat je dan automatisch beloond wordt. De kans daarop is echter groter dan wanneer je alleen maar een businessplan opmaakt.

Zakformaat XL no 3

Je stapt af en toe ook wel eens in een ander project. Zo was er met Patrick Riguelle en Wigbert Van Lierde Zakformaat XL no 1; komt er dan ook nog een nr. 2?

KKris de Bruyne: Da’s een pientere vraag! En, inderdaad, we gingen ooit nog wel een tweede maken. Er zijn momenteel terug gesprekken bezig en we gaan het zeker doen, maar we hebben nog geen periode bepaald. We gaan trouwens meteen nummer drie maken en we slaan twee over. ‘Zakformaat’ was iets fantastisch. Een wat miskende plaat, trouwens. Puur amusement, zo van: ‘Mogen we eens?’, pretentieloze liedjes met goede muziek en een fantastische tournee. Het was ook zo’n CD die klonk zoals wij hem wilden laten klinken. Die uitstappen doe ik trouwens graag. Zo was er ook ‘Grote liefde’ met Wigbert, Ernst Löw en Bart Plouvier. Of dat project met Lucas Van den Eynde, Liesbeth List en Eva De Roovere. Als mijn eigen repertoire het centrum is, dan ga ik hier aan de rand staan. Ik ‘verdwijn’ dan graag eens in een groep. Ik vind dat plezant omdat ik dan zelf meer kan genieten van de muziek. Als het dan aan is, ga ik naar voor en doe mijn deel en dan weer achteruit, deel van de band, gitarist en soms eens een tweede stem. Door die uitstapjes vermijd ik ook dat ik de songs die ik graag zing, te snel verslijt. Da’s vaak het probleem met dingen die succes hebben. Als je terwijl je een lied zingt, staat te bedenken wie je nog moet bellen of welke boodschappen je nog moet doen, dan vliegt die song van de lijst. Dan is het niet meer spannend. En dat voelen de mensen toch wel, onbewust. Je bent er dan wel fysiek, maar je bent niet bewust aanwezig.

Toch heb je nu precies naar die successen teruggegrepen voor de tournee?

Kris de Bruyne: Ja, maar ik had ook beloofd om de succesnummers opnieuw te zingen. Het wordt wel moeilijker om te kiezen want er komen altijd maar meer en meer songs bij en je kunt er maar 25 zingen op een avond. Maar belofte maakt schuld en ik zing ze ook terug heel graag omdat het terug van binnenuit komt. We hebben ook niet echt gewerkt op de liedjes. Ik houd namelijk niet van repetities. Voor een optreden moet het toch op het podium gebeuren. We hebben een dag of drie samen gezeten om de lijst op te stellen en wat afspraken te maken. Dat was het. We hebben ook geen vaste arrangementen. Tijdens het optreden loop ik dan bijvoorbeeld naar de pianist en ik zeg dan: ’t is nu aan u. Songs moeten leven. Als iemand fantastisch aan het spelen is, dan ga ik toch niet terug naar de micro? Ik zal wel horen wanneer zijn verhaal uit is. Dat houdt het ook spannend en dan krijg je een boeiend gesprek tussen de muzikanten.

Nog één vraagje als muzikanten onder elkaar. Ik merk dat je op haast al je CD’s op een Gibson Hummingbird speelt, maar ik zie die nooit op een podium?

Kris de Bruyne: Ja, da’s een prachtig instrument, natuurlijk. Ik heb die ooit in bruikleen gekregen van Firmin Michiels, die nadien nog directeur is geworden bij Virgin. Hij deed dat met al zijn lievelingsmuzikanten. Ik denk dat Raymond daar ook bij was en Eric Melaerts. En zo’n tien jaar geleden vroeg hij die instrumenten plots allemaal terug. Een stuk of acht waren dat er. Ik vond dat natuurlijk jammer, want ik was op die gitaar gesteld geraakt. En twee maand later belde hij ons op om te zeggen dat we die gitaar mochten terugkopen voor een faire prijs. Met de opbrengst daarvan heeft hij zich dan een hele goede ‘Martin’ (gitaar) gekocht in New York. Ik heb zowat al mijn platen gemaakt met die gitaar, maar ik neem die niet mee op een podium. Stel je voor dat er daarmee iets zou gebeuren, tijdens het vervoer in de vrachtwagen of zo. Op podium moet ik ook goede gitaren hebben, maar dat zijn werkgitaren. Ik heb daarvoor een betaalbare Martin waar al eens een kras mag op komen.

Uit de pers: 'Wannes Van de Velde Blues', een pakkende ode aan zijn mentor, gaf meteen de toon aan en de nonchalante manier waarop vooral in de eerste helft van de set het ene krop-in-de-keelmoment haast naadloos in het andere overging, was ronduit indrukwekkend. 'Lieve Jacoba', ''s Nachts als het donker is', 'Tijd om te gaan slapen', 'Ballerina's',... Stuk voor stuk waren het mijlpalen in de geschiedenis van de Nederlandstalige pop. (Bart Steenhaut, 14/01/08 in ‘De Morgen’)


40 jaar op tournee – Kris de Bruyne
zaterdag 6 december 2008 – 20.15 uur
Hamme, CC Jan Tervaert

[TERUG]