Over de LP “Paprika”
“KNACK”, Peter Cnop, 28 november 1979


“… Maar Kris de Bruyne is al te lang een attractie als jongen met leed geweest. Komt dat zien : met woorden waarop eigen droefenis kon rusten, en te weinig gesmaakt op zijn eigen waarheid. Het is een waarheid die niet altijd prettig is. Het is een waarheid die volwassen is geworden, en waar De Bruyne het zelf wat lastig mee heeft, maar van “Paprika” een van de meest authentieke popdocumenten maakt. Laat De Bruyne dan zijn a’s zoals Dylan door zijn neusvleugels slepen, en af en toe van woede zoals Coyne uit de bocht van zijn eigen melodie gaan, dit is levende muziek”.

[TERUG]