DE MORGEN KOEN DE MEESTER, 10-02-2011


Kris De Bruyne is al vele decennia één van de meest oorspronkelijke stemmen uit ons land. Als singer-songwriter 'par excellence' blijft hij ook vandaag - op zijn zestigste - sterk werk afleveren.
In de jaren '60 en '70 werd de Vlaamse muziek groot. De term die men op de nieuwe singer-songwriters plakte heette 'kleinkunst' al vonden heel wat onder hen dat een denigrerende term.
Hoe dan ook, mensen als Jan De Wilde, Raymond Van Het Groenewoud, Lieven Coppieters en Kris De Bruyne schreven en zongen liedjes die nog steeds tot het allerbeste wat in ons landsgedeelte het daglicht zag, behoren.
Kris De Bruyne werd indertijd bekend als lid van "Lamp, Lazerus & Kris", maar al snel ging hij op solopad en maakte hij een paar van de meest memorabele songs uit die periode. We denken maar aan de klassieker 'Amsterdam' en 'Lieve Jacoba'. De Bruyne bezat echter ook een rusteloze natuur en eind van de jaren '70 verdween hij voor een tijdje uit het zicht, om halverwege de jaren'80 terug te keren. Sindsdien verschijnen er om de zoveel jaren nieuwe platen van hem.
Telkens weer worden die door de critici gewikt en goed bevonden, maar het grote sukses is er niet meer bij. De man moet zich nu ten onrechte tevreden stellen met de status van een bewierookte, maar wat genegeerde muzieklegende.

Niet dat hij niet meer kan verrassen, want waar hij op voormalig werk vaak cynisch en schijnbaar somber uit de hoek kon komen, daar lijkt hij op 'La Matanza Songs' (zijn antwoord op 'Westende Songs' uit 2005) een haast gelukkige, humoristische nazomer te beleven.
De als vanouds op een akoestische basis gestoelde muziek krijgt er deze keer een stel blazers bij die de veelal positieve liefdesliedjes in een zonnetje plaatsen. Niet echt verwonderlijk, want de nummers werden allemaal in het zuiden van Europa geschreven.
Tussen de muzikanten vinden we onder meer Michel Bisceglia, (die ook enkele songs meeschreef en mee produceerde), Yves Baibay, Werner Lauscher, Frank Deruytter en Carlo Mertens.
De oude bok heeft er ook een paar mooie engelachtige stemmen bijgehaald. Zo duikt bij 'Meisjes van Modigliani' Lies Steppe (zangeres en radiostem) op en in het ongecompliceerde 'Ik Ben de Enige' gaat hij met Neeka in duet. Neeka keert even later nog eens terug op een versie van haar eigen song 'Don't Hold me Back' die hier 'No Por Amor' heet, met briljant resultaat.
Naast de lovesongs schildert De Bruyne ook lichtjes surrealistisch observaties ('Als Guustje Danst'), zingt hij sprookjes voor grote mensen ('Olivia's Ondergang') en vindt hij een nieuwe plaats (na onder meer Vilvoorde, Westende en Brussel) in het Oost-Vlaamse Poesele.
Aflsuiten doet hij met een bewerking van wijlen John Martyns' klassieker 'May You Never' en meteen geeft hij ook aan wie één van zijn grote inspiratiebronnen is.
De Bruyne wordt immers vaak vergeleken met Bob Dylan, maar eigenlijk klopt een vergelijking met Martyn beter. Beiden zijn het type ruwe bast - blanke pit; durven met hun stemmen jongleren en kunnen (in het geval van Martyn : konden) toch uiterst tedere songs schrijven en ze ook zo brengen. Bij De Bruyne heet Martyns' songs 'Mag je Nooit jezelf Verliezen in de Nacht'.
Meteen een hoogtepunt en misschien moet de man eenzelfde oefening nog eens doen bij een aantal andere voor hem betekenisvolle liedjes uit de folk- en rockmuziek.

'La Matanza Songs' is in elk geval een plaat die laat horen dat goede muziek niet hip of 'in' hoeft te zijn.
Gelukkig maar.

[TERUG]